Gelijkwaardigheid en vertrouwen zijn de belangrijkste kaders

26-01-2021
2443 keer bekeken

PAW en de Participatiecoalitie organiseerden op 8 december de online bijeenkomst “Help, we moeten samenwerken aan aardgasvrij”. Centraal stond de vraag hoe gemeenten en burgers kunnen samenwerken aan aardgasvrije wijken: hoe kom je tot goede afspraken en hoe cruciaal zijn heldere kaders?

Let op inhoud, proces, actoren en ondersteuning

Na de opening door Eva Promes (Natuur en Milieufederaties) legt Ilonka Marcelis (VNG) uit dat het belangrijk is dat bewoners zeggenschap hebben over de wijze waarop de energievoorziening van de toekomst vorm krijgt en hun woonomgeving verandert. Vanuit democratisch oogpunt, én omdat zonder structurele burgerparticipatie er geen draagkracht voor de veranderingen zal zijn. Verwijzend naar bestuurskundige Arwin van Buuren stelt ze dat voor de energietransitie vier ingrediënten broodnodig zijn: inhoud, proces, actoren en ondersteuning. Duidelijk moet zijn wat deze inhouden zijn en hoe ze zich tot elkaar verhouden. Alle partijen die de energietransitie vormgeven, hebben kaders nodig die aangeven waar ruimte ligt voor handelen en welke mogelijkheden hiervoor zijn (planvorming, budget). Zowel burgers en bedrijven met een eigen verduurzamingsinitiatief als gemeentelijk ambtenaren willen immers weten waar ze aan toe zijn. “Geen van allen heeft de wijsheid in pacht.”

Casus: hoe doen ze het in Zwolle?

Ook volgens Christian Voortman (gemeente Zwolle) houdt de warmtetransitie op wijkniveau veel meer in dan alleen de implementatie van infrastructuur en technologie. Deze vormen eerder een “motor van sociale verandering” die overheid, marktpartijen en bewoners in samenhang tot stand dienen te brengen. Bewoners hanteren andere waarden dan overheden en marktpartijen; hun holistische blik is leerzaam voor de sectoraal werkende gemeente. Omdat de transitie nog in de kinderschoenen staat én er tegelijkertijd al spijkers met koppen moeten worden geslagen, startte Zwolle een Community of Practice (CoP). Daarin wordt een wisselwerking tussen praktijk en leren tot stand gebracht waardoor oplossingsrichtingen (zoals nieuwe vormen van eigenaarschap) verder uitkristalliseren. De inbreng van vragen, zorgen én kennis van bewoners in een CoP kan bijdragen aan de inbedding van burgerinitiatieven in de lokale democratie en versterking van het sociaal weefsel van de wijken. “Zo kan de energietransitie in kwetsbare wijken juist een impuls zijn voor verbetering van de leefbaarheid.”

De wijk Berkum werd in 2017 aangewezen als eerste Zwolse wijk die van het gas af zou gaan. Timo Veen (onafhankelijk adviseur) vertegenwoordigt de ruim 4.000 inwoners van de wijk. Hij vertelt dat door toenemende betrokkenheid van de wijkvereniging en voetbalvereniging bij het energievraagstuk de aanvankelijke dialoog tussen gemeente en bedrijfsleven is gekanteld naar een dialoog tussen gemeente en inwoners, “waarbij het bedrijfsleven meedenkt”. Er is een energiecoöperatie opgericht en een stichting die namens bewoners acteert. De stichting neemt deel aan de CoP. Doordat de wijk onlangs is geselecteerd als proeftuin zijn er meer middelen beschikbaar gekomen. Dit maakt het volgens Veen makkelijker om, bijvoorbeeld via wijkraadpleging, meer inwoners te betrekken bij initiatieven en (gemeentelijke) beleidvorming en zodoende draagvlak te creëren. Waarbij hij opmerkt dat afspraken met de gemeente nog beter zouden kunnen worden vastgelegd.

Ingrediënten van transitiemanagement

De gemeente Zwolle wordt in de organisatie van de CoP bijgestaan door DRIFT. Carien van der Have (DRIFT) gaat nader in op hoe transities werken. Ze vertelt dat er nog geen eindbeeld is voor de warmtetransitie. Door aan de CoP ingrediënten van transitiemanagement toe te voegen, kunnen de gemeente en inwoners leren omgaan met die onduidelijkheid en elkaar verder helpen. Bijvoorbeeld door kleine maar ambitieuze stapjes te zetten, door te blijven schakelen tussen korte- en langetermijnperspectieven en de leerdoelen tussentijds bij te stellen, en door vooral mensen aan te spreken die intrinsiek gemotiveerd zijn. Belangrijk voor zo’n CoP, waarin vertegenwoordigers van de gemeente en de wijken als ‘buddy’s’ worden gekoppeld, zijn de verscheidenheid van deelnemers en de borging van eenieders inbreng. “De spelregels worden door de leden zelf bepaald.”

Cruciaal: vertrouwen en gelijkwaardigheid

Vervolgens wordt de aanwezigen een aantal vragen en stellingen voorgelegd. Hieruit blijkt onder meer dat een meerderheid het eens is met de stelling ‘Vrolijk aan de slag, die kaders komen later wel’. Dus niet wachten tot alles duidelijk uitgekaderd is, maar lerend aan de slag. Uit de reacties op de vraag welke kaders belangrijk zijn in de samenwerking blijkt ‘Gelijkwaardigheid’ voorop te staan, op de voet gevolgd door ‘Vertrouwen’.

Na het plenaire programma zijn er vijf dialoogrondes in kleinere kring. De oogst vind je in het kader onderaan deze terugblik.

Doe en denk mee!

In 2021 volgen meer bijeenkomsten in het kader van participatie en communicatie. Tips, vragen of onderwerpen hiervoor aandragen? Mail naar: Jeroen.Boon@vng.nl

De bijeenkomst is onderdeel van het Kennis- en Leerprogramma in het kader van het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW). De helft van de ruim 40 deelnemers vertegenwoordigt bewonersinitiatieven. De andere helft bestaat uit (professioneel) begeleiders van bewonersorganisaties en gemeenteambtenaren.

Uitkomsten dialoogrondes 

In vijf dialoogrondes is in kleine groepjes doorgesproken over het belang en het hoe en waarom van (samen) kaders stellen in de energietransitie. Hieronder een bloemlezing van de oogst:

  • Het maken van (gemeentelijke) kaders en het elkaar leren kennen en vertrouwen loopt samen op. Naast de CoP in Zwolle is het netwerk in Zuid-Holland voor gemeenten en initiatieven een goed voorbeeld van hoe dat kan gaan.
  • Gemeenten willen graag kunnen adviseren, een aanbod doen maar dat kan nu nog niet. Daar worstelen ze mee. Ze zouden in feite een andere rol moeten spelen, die van facilitator en informatiegever. Burgers zitten met veel praktische vragen, die de gemeente kan beantwoorden.
  • Bewonersinitiatieven hebben er last van dat sommige stakeholders zoals netbeheerders en waterschappen enkel met de gemeente willen praten. Er is een voorbeeld van een geval waarin een gemeente een bewonersinitiatief introduceert bij een andere partij en het initiatief wordt weggestuurd.
  • Landelijke kaders voor de positie van bewonersinitiatieven kunnen alle partijen helpen beter samen te werken.
  • Kaders zijn nodig om helderheid te scheppen over rollen en verwachtingen van overheid, bewoners en markt. Eerst zijn gemeentelijke kaders nodig op hoofdlijnen, vooral over hoe je tot afspraken kunt komen. Vervolgens moet je in iedere wijk de modder in en met vallen en opstaan uitvogelen welke kaders daar passen.
  • Scherpe afspraken/kaders over gelijkwaardige samenwerking en transparantie zijn hard nodig. Daar dienen pragmatische, kwalitatieve indicatoren aan ten grondslag te liggen die je kunt monitoren.
  • Het helpt als een gemeente transparant is over de moeilijke afwegingen die ze maakt. Afweging van kosten en baten vanuit het perspectief van meervoudige waardencreatie, bijvoorbeeld, leidt wellicht tot minder gangbare organisatievormen en technologische oplossingen, zoals ‘warmteschappen’ en collectieve warmtenetten.
  • Bij het opstellen van kaders helpt het om een onafhankelijke procesgebeleider in te schakelen, met een lange termijn commitment. De rol die de participatiecoalitie nu al vervuld tussen overheid en bewonersinitiatieven.
  • Flexibele kaders zijn nodig omdat elke situatie specifiek is qua samenstelling en belangen. Ook belangrijk dat zij ‘stadhuisbreed’ gedragen worden, en dus niet alleen door de ‘energietransitie’medewerkers.
  • Kaders geven duidelijkheid aan bewoners en kunnen een basis van vertrouwen zijn. Wees als gemeente transparant over de moeilijke afwegingen die je maakt, de te nemen stappen en de tijdsfasering. Dat helpt bij het afstemmen van verwachtingen in de samenwerking.
  • Als er veel initiatieven zijn, heeft een gemeente allicht niet voldoende tijd, capaciteit en budget om met alle initiatieven de ruimte te verkennen en een leerproces in te gaan. Dan moet een selectie uit die initiatieven worden gemaakt.
  • Een gemeente kan duidelijk aangeven dat er sprake is van gezamenlijk experimenteren en leren en gebruik maken van soms vergaand geprofessionaliseerde bewonersinitiatieven die (ook) onderzoek en analyse kunnen doen.
  • Direct contact tussen bewonersinitiatieven en gemeentelijk ambtenaren is goud waard.

Afbeeldingen

Twitter

Cookie-instellingen
Cookie-instellingen sluiten

Cookie-instellingen

Deze website maakt gebruik van cookies. Lees meer over cookies in onze cookieverklaring.


Deze cookies verzamelen nooit persoonsgegevens en zijn noodzakelijk voor het functioneren van de website.

Deze cookies verzamelen gegevens zodat we inzicht krijgen in het gebruik en deze website verder kunnen verbeteren.

Deze cookies zijn van aanbieders van externe content op deze website. Denk aan film, marketing- en/of tracking cookies.