PAW in de praktijk: Hengstdal

07-06-2022
834 keer bekeken 0 reacties

Nieuwsbrief

Abonneer je op de maandelijkse nieuwsbrief, een coproductie van het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) en het Expertise Centrum Warmte (ECW).

Ik wil de nieuwsbrief ontvangen

Blijf op de hoogte

Op de hoogte blijven van het nieuws op deze pagina? Log in of maak een account aan. Klik op de knop 'VOLGEN' bovenaan deze pagina. Dan krijg je bericht als er iets op deze pagina wijzigt. 

Ik wil een account

 

In 64 proeftuinen werken we aan het aardgasvrij maken van een woonwijk, dorp of buurt. Hoe pak je dat aan, een wijk aardgasvrij maken? In de rubriek ‘PAW in de praktijk’ gaan we op zoek naar antwoorden, ditmaal in een dubbelinterview.

Een buurt-energiesysteem (BES) dat gemakkelijk aan te passen is en waarvan de bewoners in een coöperatie zelf eigenaar zijn. In de Nijmeegse wijk Hengstdal zijn Pieternel Blankenstein en Erik Maessen vanuit de gemeente verantwoordelijk voor dit plan. Samen met woningcorporatie Woonwaarts, Alliander, bewonersinitiatief Duurzaam Hengstdal en Initiatiefgroep Pegasus, de bewonersgroep in Bomenbuurt-Oost. Een fysiek en digitaal BES-buurthuis, ijsjes op straat; het betrekken van de bewoners heeft veel aandacht gekregen. Het coöperatieve BES is nu nog een plan, waar de bewoners veel invloed op hebben.

Niet één oplossing voor de hele wijk

Pieternel Blankenstein is strategisch omgevingsmanager aardgasvrij bij de gemeente Nijmegen, die naast Hengstdal ook in het stadsdeel Dukenburg een PAW-proeftuin heeft. Zij legt uit dat het BES voor nu niet voor heel Hengstdal is, mogelijk is in de toekomst uitbreiding mogelijk: “In de wijk Hengstdal staan ongeveer 3500 woningen, waarvan twee derde huur. We zijn samen met de wijk tot de conclusie gekomen dat er niet één oplossing is voor het aardgasvrij maken van de hele wijk. Voor een deel van de wijk – 500 woningen in Bomenbuurt-Oost – is het BES als warmte-alternatief bedacht.”

Op de website van Nijmegen aardgasvrij is een mooi overzicht van het project te vinden.


Erik Maessen is gebiedsregisseur aardgasvrij Hengstdal. Hij is betrokken bij allerlei aspecten van het project (“alles behalve de techniek”) en vooral voor het proces in de buurt. Maessen vertelt over de aanleiding van de proeftuin: “In 2017 ging ik aan de slag met een wijkwarmteplan voor Hengstdal, als een van de drie wijken die als eerste – zoals opgenomen in de Warmtevisie – aan de slag gingen om met alternatieven te komen voor verwarming met aardgas.”

Bij gebrek aan warmtebronnen leek een volledig elektrische variant de beste optie. Blankenstein: “Nijmegen heeft een collectief warmtenet, maar Hengstdal ligt niet in de buurt van het hoofdnet. Aanhaken was dus niet eenvoudig.” Maar de bewoners wilden niet ‘all electric’, vervolgt Maessen: “Het is een dure oplossing en eigenlijk niet geschikt voor het type wat oudere woning die je hier veel hebt. De bewoners wilden graag een collectieve oplossing, liefst geothermie.”

Pieternel Blankenstein en Erik Maessen van de gemeente Nijmegen

 

Bewoners gaan over het systeem, de leidingen en de levering

Volgens Blankenstein was er vanuit de politiek ook een wens om niet helemaal afhankelijk te zijn van een commerciële warmtepartij: “Alliander kwam toen met het idee van een buurt-energiesysteem. En een coöperatie waarin de bewoners gaan over het systeem, de leidingen en de levering. De coöperatie koopt stroom in voor een luchtwarmtepomp. Het warmtenet gebruikt een temperatuur van 70 graden. Er zijn namelijk veel oude woningen die moeilijk geschikt te maken zijn voor een lagetemperatuur-oplossing. De piekvoorziening zal nog op aardgas blijven. Het is dus een transitieoplossing, die met opzet modulair is, zodat later op andere warmtebronnen kan worden overgegaan.”

Het BES-project is een samenwerking tussen de gemeente Nijmegen, woningcorporatie Woonwaarts, energiemaatschappij Alliander en het bewonersinitiatief Duurzaam Hengstdal en Initiatiefgroep Pegasus, de bewonersgroep in de Bomenbuurt-Oost. Maessen: “Die laatste zitten in de stuurgroep. We werken met nog meer partners samen natuurlijk. De provincie, Tertium, dat ons in contact bracht met de Danish Board of District Heating om te leren hoe warmtenet-coöperaties in Denemarken georganiseerd zijn. EnergieSamen kijkt naar statuten van de coöperatie en met WOAB bieden we ontzorg-pakketten aan voor particuliere huiseigenaren.” Alliander wil het BES overal in Nederland toepassen. In Didam is er al een werkend systeem, maar dan zonder bewonerscoöperatie. De partners werken samen om vanuit het project in Hengstdal een landelijke standaard te ontwikkelen.

“Bij iedereen aankloppen”

Maar de partners waar de meeste energie in is gestoken, zijn de bewoners. Want die zullen het uiteindelijk zelf moeten gaan doen. Maessen vat de aanpak samen met “gewoon bij iedereen aankloppen.” Arbeidsintensief, maar de moeite waard volgens de gebiedsregisseur: “Naar binnen en een gesprek voeren. Iedereen heeft andere ideeën, zorgen, bedenkingen en wensen. Op bewonersavonden komt dat niet naar voren. Woningcorporatie Woonwaarts heeft een woning beschikbaar gesteld om dienst te doen als BES-buurthuis. Daar is bijna elke dag iemand aanwezig, kopje koffie erbij en vragen beantwoorden. We hebben op een zonnige zaterdagmiddag op ijs getrakteerd, zodat op straat de gesprekken loskwamen. De mensen van het bewonersinitiatief Duurzaam Hengstdal hebben ambassadeurs geworven onder de bewoners.” Ze gingen met zijn allen met de bus naar Didam, waar het BES werkend te zien was – en te horen: hoe veel lawaai maakt zo een warmtepomp nou echt?

Blankenstein en Maessen zijn trots op het succes van de participatie. Blankenstein: “We wilden heel graag bewoners in de werkgroepen. En niet alleen particuliere huiseigenaren, die al snel oververtegenwoordigd zijn in dit soort processen. De Bomenbuurt-Oost bestaat voor 80 procent uit huurwoningen, dus het was belangrijk - en het is gelukt - om ook huurders erbij te betrekken.”

Randvoorwaarden, rekentool, draagvlakmeting

Maessen heeft de bewoners in een aantal stappen betrokken: “Ik ben meteen gaan communiceren toen de aanvraag voor de proeftuin liep – die aanvraag is openbaar en ik wilde niet dat ze erdoor verrast werden. Vervolgens hebben we iedereen gevraagd om vooral mee te denken. Mee te denken over de opties die er zijn, de voor- en nadelen. Volgende stap is dan mensen in de werkgroepen en de stuurgroep betrekken. Ook hebben we bij iedereen randvoorwaarden opgehaald: waar moet het systeem dat er komt aan voldoen? We hebben net in april een bijeenkomst gehad waarin op die randvoorwaarden een klap is gegeven. Nu maakt het projectteam een plan en gaan we na de zomer het draagvlak in de buurt meten. Voor die tijd gaan we weer langs de deuren, nu met een rekentool om mensen voor te rekenen wat wel of niet meedoen in hun situatie betekent.”

Nog een uitdaging, die rekentool. Maessen: “De cijfers waar die tool nu mee rekent – de energieprijs, de kosten van materiaal – worden erg beïnvloed door recente prijsstijgingen en tekorten. We moeten voorkomen dat we mensen iets op de mouw spelden.”

Bij de huurders geldt de 70 procentregel: als 70 procent akkoord is, mag dat als 100 procent worden aangemerkt. Zo ligt het niet bij de particuliere huiseigenaren. Blankenstein: “Daar kun je krijgen dat de één wel en de ander niet meedoet. We proberen dat te voorkomen met de service van WOAB, dat per huis een plan maakt dat inzicht geeft in de kosten, mogelijke subsidies en financiering.” Maar dat is niet de enige uitdaging van de mix van huur en koop: “Wat wordt de rol van Woonwaarts in de bewonerscoöperatie straks? Zij vertegenwoordigen 80 procent van de bewoners. Hoe zit het dan met de zeggenschap van de particuliere huiseigenaren? Daarnaast mag Woonwaarts volgens de Woningwet helemaal niet leveren aan particuliere eigenaren. En hoe zit het met risico’s en garantstellingen van de coöperatie? Daar liggen nog allerlei uitdagingen om uit te werken,” aldus Blankenstein.

Professionals trekken zich langzaam terug

Maessen ziet dat de opzet, die vanaf het begin is gekozen, begint te werken: “Het hele idee van zo’n bewonerscoöperatie is dat de professionals zich langzaam terugtrekken en dat de bewoners het overnemen. De bewoners keken daar in het begin wantrouwig naar. Maar nu ze zien dat ze er inderdaad steeds meer zelf over gaan, en dat de partners zich langzaam terugtrekken in een adviserende rol, groeit dat vertrouwen.” Als belangrijkste les van dit proces ziet hij: “Hoog over gaat niet lukken. Je ontkomt er niet aan dat alles maatwerk is. Dat is een hele klus, maar de moeite zeker waard.”

Landelijke standaard

Op de vraag waar de rijksbijdrage voor de proeftuin aan besteed wordt, legt Blankenstein uit dat ze het grootste deel willen gebruiken om de aansluitbijdrage zo laag mogelijk te krijgen – en dus de drempel om mee te doen zo klein mogelijk: “Zo veel mogelijk die onrendabele top eraf. Maar er gaat ook geld naar het proces én naar onderzoekskosten. Onderzoek naar ontwikkeling van de techniek van BES en van de organisatievorm bewonerscoöperatie. We willen naar een landelijke standaard toe, zodat overal coöperatieve buurt-energiesystemen kunnen komen.”

Aankloppen: arbeidsintensief, maar de moeite waard

Afbeeldingen

Twitter

0  reacties

Cookie-instellingen
Cookie-instellingen sluiten

Cookie-instellingen

Deze website maakt gebruik van cookies. Lees meer over cookies in onze cookieverklaring.


Deze cookies verzamelen nooit persoonsgegevens en zijn noodzakelijk voor het functioneren van de website.

Deze cookies verzamelen gegevens zodat we inzicht krijgen in het gebruik en deze website verder kunnen verbeteren.

Deze cookies zijn van aanbieders van externe content op deze website. Denk aan film, marketing- en/of tracking cookies.