Anne-Marie Verheijen (gemeente Rotterdam): Werk aan interne verankering, met flexibiliteit

04-05-2021
2688 keer bekeken 0 reacties

Nieuwsbrief

Abonneer je op de maandelijkse nieuwsbrief, een coproductie van het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) en het Expertise Centrum Warmte (ECW).

Ik wil de nieuwsbrief ontvangen

Blijf op de hoogte

Op de hoogte blijven van het nieuws op deze pagina? Log in of maak een account aan. Klik op de knop 'VOLGEN' bovenaan deze pagina. Dan krijg je bericht als er iets op deze pagina wijzigt. 

Ik wil een account

 

Alle wijken van het gas af. Dat vergt een goede samenwerking tussen ‘binnen’ en ‘buiten’. Bewoners in een goed participatietraject betrekken is al een hele klus. Maar hoe sluit je die externe participatie-aanpak aan op de interne organisatie van je gemeente? Aan het woord: Anne-Marie Verheijen.

Het onderwerp van de PAW aan tafel op 8 april was ‘Participatie bij het aardgasvrij maken van de wijk, hoe pak je dat binnen je organisatie aan’. Bekijk de sessie hier terug. Daarin sprak ook Anne-Marie Verheijen, programmamanager Aardgasvrij bij de gemeente Rotterdam. Dit artikel gaat nader in op haar lessen en inzichten.

Door: Vincent van Stipdonk

Ken je wijk

Bewonersparticipatie is best lastig om goed te regelen. Zeker als het gaat om de energietransitie: een grote totaal nieuwe opgave, waarbij veel nog onzeker is. Dat vergt ook veel aandacht binnen de gemeentelijke organisatie. Hoe werkt dat in zo’n grote gemeente als Rotterdam?

Anne-Marie Verheijen werkt bij de gemeente Rotterdam, cluster Stadsontwikkeling, afdeling Duurzaamheid. Ze is programmamanager ‘Bospolder-Tussendijken aardgasvrij’. Bospolder-Tussendijken (BoTu) is een van de zes Rotterdamse gebieden die het eerst van het aardgas af gaan. BoTu is een vooroorlogse stadswijk in Rotterdam-West, met ongeveer 14.000 bewoners. Verheijen: “De saamhorigheid is er relatief groot, maar bijna driekwart van de huishoudens heeft een laag inkomen en meer dan 60% van de woningen zijn sociale huurwoningen in het laagste segment.”
 

Verheijen kent de wijk goed. “Het helpt enorm om de wijk te kennen als je wilt aansluiten bij wat daar leeft. Ik woon al 37 jaar in Rotterdam en werk al 20 jaar voor Delfshaven waarvan Bospolder-Tussendijken onderdeel is. Mijn hart ligt er.”

Sectoraal én wijkgericht

Maar je moet ook je organisatie kennen. De gemeente Rotterdam werkt sectoraal én wijkgericht, vertelt Verheijen. “Wij hebben aan de ene kant clusters als Stadsontwikkeling, Stadsbeheer, Maatschappelijke ontwikkeling en Veiligheid, waar beleid en opgaven op stedelijk niveau worden geformuleerd en uitgerold en aan de andere kant ook gebiedsorganisaties en gebiedscommissies.”

Als je nieuw bent is het verstandig om goed te kijken hoe een en ander formeel is georganiseerd

Welk formeel organisatiemodel Rotterdam heeft, dat weet Verheijen niet precies: “Ik heb mij daar eerlijk gezegd nooit echt verdiept. Ik ken de weg en krijg de juiste mensen aan tafel. Maar als je nieuw bent of in een nieuwe functie begint, is het verstandig om goed te kijken hoe een en ander formeel is georganiseerd.”

Kortetermijnaanpak én langetermijnperspectief

Voor 2050 moeten in de bestaande bouw van Rotterdam 263.000 gasaansluitingen worden vervangen. Om dat voor elkaar te krijgen, werkt Rotterdam tegelijkertijd aan een kortetermijnaanpak en een langetermijnperspectief. Op de korte termijn is aansluiten op een hoog-temperatuur-warmtenet (stadsverwarming) het haalbare en betaalbare alternatief dat de gemeente aanbiedt aan vastgoedeigenaren. Het lange termijnperspectief werkt onder meer toe naar een warmtenet gevoed door meer lokale duurzame bronnen en dat gebruikers meer keuzemogelijkheden geeft, inclusief het zelf warmte leveren aan het net.

De transitie loopt langs drie sporen (zie afbeelding):

  • Financieel-technisch: hoe kom je tot een haalbaar en betaalbaar aanbod?
  • Sociaal-maatschappelijk: wat zijn de meekoppelkansen en hoe biedt de energietransitie maatschappelijke meerwaarde?
  • Ruimtelijk: hoe pas je een warmtenet dusdanig in de ondergrond in dat toekomstige bovengrondse inpassingen niet worden gehinderd?

Financieel-technisch spoor

Samen met Eneco en woningcorporatie Havensteder is een businesscase voor BoTu gemaakt. Eneco is er de warmteleverancier. Havensteder bezit ruim 60% van het vastgoed in BoTu. Verheijen: “Ik heb mandaat gekregen om dit met Eneco en Havensteder uit te werken. Af en toe is een externe partij ingehuurd om mee te kijken. En ik heb geschakeld met onze afdeling vastgoed en twee juridische collega’s. Dit spoor verliep binnen de gemeente dus met een best klein clubje en binnen Stadsontwikkeling. Voor elk spoor geldt dat de lijntjes met mijn opgavemanager, ons MT en de wethouder kort zijn. Dat is onontbeerlijk!”

Korte lijntjes zijn onontbeerlijk!

Veerkrachtig Botu 2028: focus op werk, taal & schulden, zorg, jeugd en opvoeden en energie, wonen en buitenruimte.

Sociaal-maatschappelijk spoor

Het streven is dat aardgasvrij ook sociaal-maatschappelijk meerwaarde heeft voor de wijk. Dat vraagt naast inzet van de afdeling Duurzaamheid ook inzet van gemeentelijke organisatieonderdelen als de Gebiedsorganisatie en Maatschappelijke Ontwikkeling (Werk en Zorg). Verheijen: “Dit spoor is gekoppeld aan het programma Veerkrachtig BoTu2028. Daarin slaan lokale marktpartijen, bewoners en gemeente, maar ook Havensteder en Eneco de handen ineen voor werk, zorg en energie.”

Het geld voor de projecten gaan we verdelen via participatief begroten

Dit voorjaar is die samenwerking bekrachtigd in een samenwerkingsovereenkomst. “Daarin staan onze waarden, doelen en hoe we willen samenwerken. En ook concrete projecten. Eneco bracht bijvoorbeeld het project Sociaal incasseren in, waarin met partijen uit de wijk wordt gekeken hoe een standaardwerkwijze tot meer maatwerk voor de wijkbewoners kan leiden. Een ander project is een platform met milieu- en taalcoaches die veelal anderstalige bewoners helpen met kleine energiebesparende maatregelen. Dit jaar is € 100.000 beschikbaar voor die projecten. Dat geld gaan we verdelen via participatief begroten; bewoners besluiten mee hoe het budget wordt besteed”.*

Ruimtelijk spoor

Verheijen: “De energietransitie heeft ook ruimtelijke gevolgen. Dat vergt vroegtijdige afstemming, want als een deal rond is wil een warmtebedrijf snel met de uitvoering beginnen. Ik heb met diverse afdelingen van Stadsbeheer en Stadsontwikkeling overlegd, zodat onderhoudswerk als rioolvervanging en dergelijke slim wordt gekoppeld aan de aanleg van de stadsverwarming. En we brachten in beeld hoe de ondergrondse indeling eruit moet gaan zien. Dat gaat om kabels, leidingen, riool, stadsverwarming et cetera. Zo zorgen we dat wat we nu in de ondergrond gaan aanleggen geen toekomstige ontwikkelingen dwarsboomt, zoals het realiseren van een goede boomstructuur.”
 

We zorgen dat wat we aanleggen geen toekomstige ontwikkelingen dwarsboomt

“Daarover overlegden we ook met Eneco en Havensteder. Want de uitrol van een warmtenet heeft nog meer uitdagingen, zoals de verdeelstations die vaak in de openbare buitenruimte terecht komen. In een stadswijk als BoTu is ruimte schaars. We hebben met Havensteder kunnen afspreken dat die verdeelstations in de meeste gevallen in hun panden kunnen!”

Ruimte om te leren

Hoe je intern de participatie organiseert, verschilt per spoor. Je hebt per spoor vaak andere mensen en andere oplossingen nodig, aldus Verheijen. “Wat sowieso helpt, is een brede blik, open mind. En zoeken, schakelen en verbinden. Je moet de boodschap kunnen overbrengen, maar ook open luisteren. En flexibel ongeplande zaken op durven pakken. Dat hoort bij leren in de praktijk.”

Wat sowieso helpt, is een brede blik, open mind.
En zoeken, schakelen en verbinden

“Ik bof dat ik de wijk én de gemeentelijke organisatie ken en dus snel kan schakelen en verbindingen leggen. Het is heel fijn dat ik als programmamanager alle ruimte en vertrouwen krijg, en stevig mandaat. Met korte lijnen naar mijn opgavemanager, ons MT, de wijkmanager, de gebiedscommissie en collega-programmamanagers. En onze wethouder Bas Kurvers draagt het verhaal uit en geeft ruimte om te leren. Hij citeert vaak Pippi Langkous: ik heb het nooit gedaan dus ik denk dat ik het wel kan!”

Zorg dat wat je leert ingebed raakt in de organisatie

Verheijen en haar collega’s zijn nu in zes gebieden bezig en trekken daaruit steeds lessen. Haar slottip: “Durf te doen, te leren én zorg dat wat je leert ingebed raakt in de organisatie. We hebben daarvoor een Leeraanpak, samen met andere afdelingen en clusters. Daarbij kijken we naar acht thema’s, zoals ruimtelijke inpassing, meekoppelkansen, participatie, samenwerken binnen de organisatie. Zo werken we aan interne verankering, mét ruimte voor flexibiliteit.”

Nog meer weten? Lees hier het interview over ditzelfde onderwerp met Mirjam Fokkema van Platform31.

*Zie voor de overeenkomst: https://bospoldertussendijken.nl/afsprakenvoorsamenwerking/, zie voor de projecten: https://bospoldertussendijken.nl/energiedoelen-behalen-door-te-doen/ .

Afbeeldingen

Twitter

0  reacties

Cookie-instellingen
Cookie-instellingen sluiten

Cookie-instellingen

Deze website maakt gebruik van cookies. Lees meer over cookies in onze cookieverklaring.


Deze cookies verzamelen nooit persoonsgegevens en zijn noodzakelijk voor het functioneren van de website.

Deze cookies verzamelen gegevens zodat we inzicht krijgen in het gebruik en deze website verder kunnen verbeteren.

Deze cookies zijn van aanbieders van externe content op deze website. Denk aan film, marketing- en/of tracking cookies.